vrijdag 17 februari 2012

Commentaar (1)

Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu! Wasza wściekłość rozwiewa ich jak zwiędłą różę z krzewu!

donderdag 27 oktober 2011

Bezet Berlijn

Zaterdag. En prachtig weer. Ik zet mijn fiets op de Pariser Platz en loop door de Brandenburger Tor. Als de aankondiging klopt die ik gisteravond op een website met de fraaie naam OccupyReichstag las, moet de manifestatie nu de Tiergarten hebben bereikt. Dat het park aan de kant van de Reichstag met dranghekken is afgezet, geeft me een gevoel van bevestiging. Ook de toeristen maken een aufgeregte indruk. Iedereen die naar de Reichstag wil moet door een opening in de dranghekken, waar twee politieagenten op wacht staan. Ik vermoed dat ze bang zijn voor nieuwe tenten.

Ik loop het park door en koop een Brezel. In de Scheidemannstraße, die langs de Reichstag loopt, vind ik nog steeds alleen maar toeristen en agenten. De Reichstag zelf is ook omsingeld door dranghekken, een dubbele rij zelfs. Ik steek de straat over en loop het plein voor de Reichstag op, waar ik behalve nog meer toeristen en agenten nu ook journalisten meen te herkennen. Journalisten onderscheiden zich van toeristen doordat ze foto’s maken met camera’s en niet met mobiele telefoons. Ze vormen een grote kring rond een groep mensen die midden op het plein voor de dranghekken zijn gaan zitten. Dit is, zo ervaar ik als mijn Brezel op is, de Assemblée Générale van OccupyBerlin.

Ik ga er bij zitten. Er is verwarring. Een wat oudere heer neemt het woord en vertelt dat er iemand in de menigte antisemitische flyers loopt te verdelen. Een dag later lees ik op een blog dat niet op alle punten goed geïnformeerd lijkt, maar toch een redelijk betrouwbare indruk maakt, over abjecte complottheorieën en regelrechte infiltraties van neonazi’s in de Duitse manifestaties van Occupy. Deze beweging is kwetsbaar, zoveel is duidelijk, maar deze middag reageert de Assemblée resoluut met boegeroep en neemt een motie aan om elke flyer onmiddellijk te verscheuren en weg te gooien – Aber bitte schön in den Papierkorb.

Ik mag meteen meedoen. Iedereen mag meteen meedoen: de enige voorwaarde voor lidmaatschap van de Assemblée is participatie. Die participatie is communicatief. De Assemblée spreekt namelijk door middel van de ‘menselijke microfoon’. Die werkt als volgt: de spreker doet zijn zegje in zinsdelen, die twee keer worden nagesproken door de hele groep: de eerste herhaling geldt de groep, de tweede de omstanders – de woorden moeten naar buiten golven, zogezegd. Met behulp van een tekensysteem kan instemming met de spreker worden uitgedrukt, aarzeling, afwijzing en ‘dit hebben we al gehoord’. Uiteraard is het een erg trage manier van communiceren, een traagheid die nog wordt versterkt doordat het vaak misgaat. Veel sprekers gaan al verder na één herhaling. Ook beginnen er soms twee mensen tegelijk te praten en weet niemand wie er nu nagesproken moet worden. En omdat er gedurende de middag steeds nieuwe mensen bijkomen, moet het principe steeds opnieuw worden uitgelegd.

Aan die traagheid moet ik wennen en ik ben niet de enige. Af en toe neemt iemand het initiatief om wat meer structuur aan te brengen. Er wordt een lijst met sprekers voorgesteld, en later wordt er geopperd een vast punt af te spreken waar de sprekers gaan staan en mensen die nadien het woord willen nemen hun beurt kunnen afwachten. Beide voorstellen vinden toestemming, maar ze worden niet uitgevoerd. Om me heen merk ik ongeduld. Steeds meer sprekers laten woorden als ‘concreet’, ‘vaststellen’ en ‘eisen’ vallen, de wens ‘iets’ te doen wordt steeds vaker uitgesproken.

Na ongeveer een uur is mijn ongeduld weg. Ik realiseer me dat er hier iets bijzonders gebeurt. Deze manier van communiceren staat haaks op het reguliere politiek-maatschappelijke spreken. Dat laatste is een continue en oorverdovende kakofonie van meningen. Hier is echter altijd maar één iemand aan het woord, namelijk: de groep zelf. Waar de kakofonie alleen passief geconsumeerd kan worden, word je hier opeens zelf verantwoordelijk voor het vertoog. Want of er gesproken kan worden is afhankelijk van jouw vermogen tot concentratie, jouw bereidheid naar anderen te luisteren, jouw geduld met je tegenwerpingen.

Bovendien is de hiërarchie weg: er wordt niet gesproken namens de macht en de onderdrukten, namens de elite en de gewone man, namens de meerderheid en de minderheid, namens links en rechts, namens partijen en belangenbehartigers – de paar mensen die met vlaggen rondlopen worden snel tot de orde geroepen. Er is zelfs geen buiten en binnen de Assemblée. Zoals gezegd, iedereen die er wil spreken, kan er spreken, en alleen wie zichzelf buitensluit, door te zwijgen, weg te lopen of voor zijn beurt spreekt, is geen deel van dit vertoog.

Er worden wel opinies geformuleerd, maar die worden meteen vergezeld door tegenwerpingen, door nuances, door uitbreidingen. Als iemand roept dat het een schande is dat Josef Ackermann, de chef van de Deutsche Bank, zijn verjaardag op staatskosten in het Kanzleramt kon vieren, stelt iemand anders dat Ackermann ook maar een mens is die in een corrupt systeem leeft, net als wij allemaal. Als iemand aan de inscriptie op de Reichstag herinnert – dem deutschen Volke – en roept dat wij dat zijn, reageert er iemand door te stellen dat we nog veel meer zijn dan dat: het is niet het Duitse volk dat hier spreekt, maar de globale mensheid. Als ikzelf, vrij naar Žižek, stel dat niet wij, maar de mensen die denken dat het zo kan doorgaan als het tot nog toe ging de dromers zijn, reageert er iemand door te stellen dat het heel goed is om dromen te hebben.

Op die manier vindt de taal haar onschuld terug. Het politieke spreken wordt opeens een vrolijk spreken – een bevrijdend spreken. Zou ik het normaal gesproken serieus nemen als iemand Jimy Hendrix citeert – When the power of love overcomes the love of power, the world will know peace’ – en daarbij met papieren hartjes strooit? Zou ik normaal gesproken ontroerd zijn als iemand zegt hoe mooi het is om te weten dat je niet alleen bent? Hier geloof ik het, sterker nog: ik participeer erin. Het is een mooie middag.

Als ik uiteindelijk verkleumd thuiskom, lees ik Maurice Blanchot over Mei 68:

Het ging er zelfs niet om dat een oude wereld omvergeworpen zou moeten worden, maar dat, buiten elk nut, een mogelijkheid van samen-zijn de kans had zich te manifesteren die aan allen het recht op gelijkheid in broederschap gaf door de vrijheid van het woord die iedereen in vervoering bracht.

Maar hoe lang zal die vervoering aanhouden? Toen ik de Reichstag achter me liet, werden er al de eerste Arbeitsgruppen gevormd. Ongetwijfeld zal daarin de drang naar ‘concreet’, naar ‘vaststellen’ en naar ‘eisen’ snel weer tot nieuwe hierarchieën leiden, net als na Mei 68. Het plezier in politiek spreken is dan snel verloren, ingeruild voor de frustraties die iedereen met ambitie tot politieke verandering zo vertrouwd is. Maar toch: de ervaring van dit samen-zijn neemt niemand ons meer af. Misschien moeten we ons daarom ten doel stellen die ervaring verder uit te dragen. Want als deze crisis iets duidelijk maakt, dan is het dat er over de hele wereld naar een nieuwe gemeenschappelijkheid gesnakt wordt. Of die gemeenschappelijkheid zich met Occupy op zo’n manier laat realiseren dat er een mondiale politiek op gebouwd kan worden, dat durf ik niet te zeggen. Maar we kunnen nu wel verder in de zekerheid dat die gemeenschappelijkheid te realiseren valt. Want we hebben elkaar weten te vinden.

dinsdag 4 oktober 2011

L’éco-coco, c’est moi …

Afgelopen zaterdag publiceerde de Volkskrant mijn kritische reactie op het stuk dat Diederik Samsom eerder in het NRC publiceerde over zijn ervaringen als straatcoach in Slotervaart. Er volgden nogal wat reacties, waarvan het merendeel negatief – of althans: negatief bedoeld, want ik moest wel glimlachen toen ik mezelf als ‘eco-communist’ uitgescholden zag worden. Evengoed maken de reacties duidelijk dat iemand die problemen in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart niet bij voorbaat van het stempel ‘Marokkaans’ wil voorzien, kan rekenen op intimidaties van virtuele knokploegen. Bedenkelijk, zeker omdat de ideologie achter dergelijke intimidatie onder de huidige regering zonder enige schroom geïnstitutionaliseerd is. Er zijn kennelijk burgers die maar wat graag hun verantwoordelijkheid nemen!